Grote lichaamsspieren

Anneke van Engelen hercules online paardrijden gele polo

Door Anneke van Engelen

Suzanne Heemskerk van Ruitervoorkeuren verzorgt op vrijdagavond 29 november ’t Ruitercafé. Zij heeft onlangs met diverse artikelen in de Hoefslag gestaan. Deze blog is gebaseerd op het artikel ‘Grote Lichaamsspieren’ wat geschreven is door Claartje van Andel en eerder in de hoefslag heeft gestaan. 

“Grof of fijn zijn in de motoriek heeft niets te maken met het geven van grote of kleine hulpen”

Een ruiter heeft een voorkeur voor het gebruik van de grote lichaamsspieren of de kleine lichaamsspieren. Oftewel de grove of fijne motoriek. Dit heeft niets te maken met het geven van de hulpen. De verdeling tussen de voorkeur voor de grote of de fijne motoriek bij de ruiter, is ongeveer 50/50. Isabell Werth en Edward Gal zijn aansprekende voorbeelden die een voorkeur hebben voor het gebruik van de grote lichaamsspieren. 

De ruiter die van nature de grote lichaamsspieren het meest gebruiken, vertrouwen op hun bovenlichaam, bovenarmen en bovenbenen en gebruiken deze lichaamsdelen als eerste in de beweging. De algemene kenmerken van de houding & zit zijn: 

  • De ruiter zit rechtop, maar niet uitgestrekt rechtop. Fysieke structuren zijn iets ingezakt. 
  • Redelijke bewegelijkheid in het bovenlichaam. 
  • De armen en handen zijn dicht en niet ver voor het lichaam.
Doordat armen en handen dichter bij het lichaam blijven, geeft dit een goede coördinatie en souplesse. Ook blijkt deze ruiter uit in ritmegevoel als ze echt willen voelen. 

Instructeurs, let op! 

Bovenstaande kenmerken komen niet direct overeen met de ideale houding & zit die we graag zien bij de ruiter. Probeer daarom bij deze ruiter geen grote veranderingen door te voeren in de arm- of handhouding en de iets ingezakte wervelkolom of rug. De ruiter raakt verder van zijn gevoel af en krijgt rugpijn. 

Wat doe je dan wel? 

Geef de instructie op de grote lichaamsspieren. Bijvoorbeeld bij een bewegelijk bovenlichaam: ‘maak je bewegingen kleiner.’ Of bij het losser maken van de handen: ‘ontspan de bovenarm.’ De onderarm en hand volgen dan vanzelf. Dit geldt bijvoorbeeld ook als de handen meer naar voren mogen: ‘doe de bovenarm naar voren.’ 

Foto © Dusty Perin

Dit herhaal je ook bij het geven van aanwijzingen voor het been. Geef een aanwijzing zoals ‘ontspan het bovenbeen’ en het onderbeen en de voet zullen volgen. Laat de ruiter ook regelmatig goed uitademen. Dit creëert ontspanning en laat de ruiter meer voelen. 

Als je als ruiter zijnde weet wat jouw voorkeuren zijn en traint met inzicht, geeft dat jouw ontwikkeling een enorme boost! Je bent bewuster, vergroot je gevoel en verbetert de communicatie met jouw paard. 

Ben je nieuwsgierig geworden en wil jij jouw voorkeuren ook beter leren kennen? Zorg dan dat je de lezing van Suzanne op vrijdag 29 november niet mist. Meer informatie vindt je op de pagina van dit Ruitercafé. 

Vond je deze blog interessant? Deel hem dan!

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin